Woensdag, distributiedag. Vandaag gaan we het kamp in om eten rond te brengen. Een raar gevoel komt op in mijn buik. Ik ben blij dat ik in het kamp aan de slag kan, naar binnen. De bewoners daarentegen kunnen amper naar buiten. Het is geen spelletje “Ik kom wel even goed doen” maar een die besef dat ik bij hen te gast ben. Al moet het voor de bewoners verschrikkelijk zijn, dit hun ‘thuis’ te moeten noemen. Want dat is het en direct ook niet. Je ‘woont’ in een container of verzameltent, jijzelf gereduceerd tot nummer.
Kun je niks uitrichten, dan is eten belangrijk. Héél belangrijk. In het kamp zijn voedseldistributieplekken ingericht waar je voor je gezin of jezelf eten kunt afhalen. De Griekse autoriteiten kopen lokaal maaltijden in. Grieks dus. De vluchtelingen echter komen uit zoveel landen, ieder met zijn eigen kook- en smaaktradities. Daar is hier amper oog voor.
BWC kan hierin één belangrijk verschil maken: er wordt iedere week een enorm aantal groenten- en fruitpakketten gemaakt zodat bewoners zèlf kunnen bepalen wat zij willen klaarmaken. Naast variatie is het allemaal loei vers: vitaminen dus!

In de ochtend hebben we groentepakketten gemaakt. Stel je het platform van een distributiebedrijf voor met daarachter een enorme voorraadhal. Op het laadplatform stapels pallets die als tafels dienen waarop opengeritste balen uien, granaatappels, komkommers en fruit liggen die in zakjes razendsnel aan elkaar worden door gegeven.
Met de eigenaren en een groepje bewoners maken we zo honderden pakketten klaar.
’s Middags tijd om de groentenpakketten en de eerder ingepakte dadels uit delen aan alle bewoners. Dachten we: We bleken 500 zakjes dadels te kort te komen. Het uitdelen dus ‘on hold’, éérst 500 zakjes vullen en daarna weer door. Dat vind ik zo mooi aan BecauseWeCarry, hun heilig vuur waar het gaat om zachte krachten. Geen “Ach, dan doen we later op de dag nog wel een tweede rondje door het kamp”, nee “We behandelen iedereen op hetzelfde moment volstrekt hetzelfde.” Gelijkwaardigheid.

Gelijkwaardigheid, niet alleen in het behandelen van de bewoners onder elkaar, maar ook in de relatie tussen hulpverleners en vluchtelingen. Een “wij zijn jou en jij bent mij”.
Daarom is het ook logisch, dat je de pakketten rondbrengt mèt bewoners uit het kamp zelf.
Het is hun woonplek, zij staan hier voor zover als mogelijk, in hun kracht. We krijgen per woonzône loopbriefjes mee, vullen met elkaar de karren en gaan er met elkaar op uit. Bewoners hebben hun eigen verhalen en verlangens, sommigen vragen een extra pakket dat bestemd is voor inmiddels vertrokken buren (“Neen helaas”, is ons niet eenvoudige antwoord, iedereen is immers gelijkwaardig!)




‘s Avonds ’thuis’ heeft Zaineb heerlijke Briane voor ons gekookt, een gerecht van Indische afkomst.
Als teamleden vinden we ieder onze eigen draai, ook met elkaar. We delen onze vele indrukken na deze intense kennismaking in het kamp. En wat is het daarbij fijn, als iemand in je team het Arabisch als moedertaal heeft!
Paul.